Het Koetshuis van rijtuigstalling naar studentenhuis
Naast het moderne Parc Huis herbergt landgoed Spelderholt in Beekbergen een van de meest karakteristieke historische gebouwen van het terrein: Het Koetshuis, dat in de beginperiode van het pluimvee-instituut ook wel bekendstond als het Deetmanhuis. Waar het ooit werd ontworpen voor paarden, rijtuigen en vee, heeft het door de decennia heen gediend als directie- en stafverblijf, laboratorium en tegenwoordig als thuisbasis voor studenten van de Academie.
1. Ontwerp en oorsprong aan het begin van de 20e eeuw
In 1905 ontwierp de Haarlemse architect Frederik Mulier het monumentale landhuis (de villa) en het bijbehorende koetshuis in opdracht van jonkheer Louis Frederik Teixeira de Mattos.
Eerste steenlegging: In 1907 legden jonkheer Teixeira de Mattos en zijn dochter gezamenlijk de eerste steen voor het koetshuis.
Architectuur en functie: Het gebouw werd in dezelfde elegante, harmonieuze stijl als het landhuis opgetrokken. Het diende voor de stalling en het onderhoud van de rijtuigen, had een grote hooizolder en bood onderdak aan het koetspersoneel.
Indeling van de stallen: Het pand bevatte ruime paardenboxen voor zes paarden. Daarnaast was er een koestal met een koe die verse melk leverde aan de bewoners van het landgoed, en een kleine varkensstal (die in de praktijk overigens nauwelijks voor dat doel is gebruikt).
2. Zelfvoorzienend landgoed: De centrale en de diepwelpomp
Landgoed Spelderholt was in die tijd vooruitstrevend en nagenoeg zelfvoorzienend:
Eigen elektrische centrale: Het landgoed beschikte over een eigen machine-installatie voor het opwekken van elektriciteit.
Watervoorziening: Direct naast het koetshuis stond een wit gebouwtje met een 26 meter diepe diepwelpomp, die het gehele landgoed van zuiver water voorzag.
Opkomst van de auto: Met de intrede van het gemotoriseerde vervoer in de vroege 20e eeuw verloren de rijtuigen langzaam hun functie en werd de ruimte aangepast voor modernere vervoermiddelen.
3. De periode van het Rijksproeffokstation: Het ‘Deetmanhuis’ en laboratorium
Toen het landgoed in 1921 door het Rijk werd overgenomen en het Rijksproeffokstation voor de Pluimveeteelt (het latere COVP) er neerstreek, veranderde de functie van het gebouw aanzienlijk:
Het Deetmanhuis: In de begintijd van het instituut werd het koetshuis vernoemd naar de familie Deetman, die als rijksconsulent en sleutelfiguur nauw verbonden was aan het vroege pluimveeonderzoek op Spelderholt. Het pand werd in die periode aangeduid als het Deetmanhuis en diende voor stafhuisvesting en kantoorruimte.
Laboratorium: Later werden de voormalige stallen en personeelsvertrekken grondig verbouwd tot een modern chemisch en biologisch onderzoekslaboratorium voor het instituut.
De Broederij: Direct achter het gebouw verrees een loods waar op wetenschappelijke schaal eieren werden uitgebroed voor het onderzoek, toepasselijk genaamd De Broederij.
4. Huidige functie: Wonen en leren op de Academie
Met de oprichting van Stichting Parc Spelderholt in 1997 kreeg het monumentale pand opnieuw een waardevolle, maatschappelijke bestemming:
Woonhuis voor studenten: Het karakteristieke koetshuis is ingericht als een van de vaste woonhuizen voor de jongeren met een verstandelijke beperking die een meerjarig ontwikkelingstraject volgen aan de Academie Spelderholt.
Praktijkruimte ‘De Broederij’: Het achtergelegen pand De Broederij doet tegenwoordig dienst als praktijklocatie voor de leergang Terrein & Onderhoud. Hier leren de studenten onder professionele begeleiding alle vaardigheden die nodig zijn voor het groen- en terreinbeheer van het landgoed.
Zo combineert het koetshuis zijn rijke historie — van paardenstal en Deetmanhuis tot laboratorium — met een eigentijdse, sociale functie in het hart van het landgoed.